De grote kloof tussen arm en rijk in de kledingindustrie

Eline gaat in gesprek met Hendrine Boer over de misstanden in de kledingindustrie. Voor haar studie liep Hendrine stage in China: ‘Ik zag kinderen die onder de werkbank werden verstopt, vrouwen die op hun werkplek overnachtten om de volgende ochtend hun dienst direct weer op te kunnen pakken.’ Ze realiseerde zich dat zij zelf impact kon maken en richtte het eerlijke kledinglabel Be Kind op.

“Als ik vertel hoe het er écht aan toegaat in de kledingindustrie, vallen de monden soms open. ‘Ik swipe gewoon elke week mijn mandje vol bij de H&M’, hoor ik vrouwen weleens zeggen. Ze hebben er geen idee van hoe het er in het hol van de leeuw aan toe gaat.”

Aan het woord is Hendrine Boer, Amersfoortse, moeder en eigenaar van kledinglabel Be Kind. Een eerlijk label, waarmee ze consumenten kennis wil bijbrengen over welke kleding zij en hun kinderen dragen, welke materialen daarvoor zijn gebruikt, waar die vandaan komen, door welke handen ze zijn gegaan en hoeveel schade ze aan de natuur hebben toegebracht. Ze wil hiermee daadwerkelijk een positieve impact maken op de kledingindustrie, die verziekter is dan veel mensen denken of willen geloven.

De modeacademie in Amsterdam

“Het begon ruim tien jaar geleden. Ik studeerde aan de modeacademie in Amsterdam en leefde in een wereld waarin het vooral ging om flink geld verdienen en platte fashion. Ik ontmoette veel meiden uit rijke milieus die meegingen met de mode van het moment. Nergens was een ideaal of een missie te bespeuren. Dat begon steeds meer te schuren met hoe ik zelf in het leven stond, ook als gelovige vrouw. Ik dacht voortdurend: ‘Is dit het nou? Waar zijn we eigenlijk met z’n allen mee bezig?’

Toen ik een stageplek kreeg in China, kreeg ik de kans om via de achterdeur bij verschillende kledingfabrieken binnen te komen. Ik zag dus niet de voorkant, het perfecte plaatje waarbij de arbeidsomstandigheden goed geregeld zijn, maar ik kwam in de rauwe werkelijkheid terecht.”

Zo goedkoop mogelijk

“Ik zag kinderen die onder de werkbank werden verstopt, vrouwen die op hun werkplek overnachtten om de volgende ochtend hun dienst direct weer op te kunnen pakken. Maar niet alleen de arbeidsomstandigheden waren slecht, er werd ook ontzettend verkwistend met de materialen omgesprongen. Om een kledingstuk te kunnen maken is bijvoorbeeld veel water nodig, dat na gebruik vervuild in de natuur en in het drinkwater terechtkomt. Want water zuiveren kost geld, en alles moet zo goedkoop mogelijk.

En toen viel bij mij het kwartje. Ik realiseerde me dat dát was waarom ik de keuze had gemaakt om naar de modeacademie te gaan. Ik wilde hier verandering in brengen.”

Fair Wear Foundation

Na haar studie aan de modeacademie deed Hendrine een master antropologie over mensenrechten en mensenhandel, en ging ze aan de slag bij de Fair Wear Foundation. Deze Europese organisatie helpt kledingbedrijven hun productieketen op te schonen. In de tien jaar dat ze daar werkte, ontdekte ze dat als je niet vanuit de wortel duurzaam bent, het heel moeilijk is om te verduurzamen. “Ik wilde echt vanuit de basis iets duurzaams opbouwen en goede voorbeelden creëren. Het verlangen om bij te dragen aan die verandering werd bij mij steeds groter. En ik was ook nieuwsgierig; hoe ver kun je hiermee komen?

Ik zie een grote kloof tussen arm en rijk, tussen de praktijken in de kledingfabrieken waarbij extreme armoede en uitbuiting heerst, en de mentaliteit waarmee in de rijke delen van de wereld met kleding en mode wordt omgegaan. De vluchtigheid, de hoeveelheid kleding die in je kast hangt, het gemak waarmee je elk seizoen een aantal nieuwe outfits shopt, daar verzet ik me tegen.”

Duurzaam hoeft niet duur te zijn

Dat Hendrine gedreven is om haar missie te laten horen, staat als een paal boven water. Ik vertel haar dat ik mezelf als middenmoter beschouw: ik koop alleen kleding als het nodig is, en een deel van onze kleding koop ik bij de tweedehands winkel. Maar als ik een keer een trui zie die ik echt heel leuk vind, laat ik hem niet hangen. Bovendien heb ik er moeite mee om vijftig euro uit te geven aan een t-shirt voor mijn dochter die elk jaar een kledingmaat groeit, ook al is het mooi en duurzaam geproduceerd. “Maar waarom koop je dan tien shirtjes bij de Zeeman?”, vraagt ze me. “Waarom niet drie bij de kringloopwinkel en twee mooie uit mijn webshop? Daar kom je de zomer ook mee door. De kronkel in ons consumentenbrein geeft ons aan dat duurzame kleding te duur is. Maar in werkelijkheid is de kleding van die grote ketens te goedkoop. We zijn het vermogen kwijtgeraakt om te beseffen wat een kledingstuk waard is. Bedenk eens door hoeveel handen jouw kledingstuk is gegaan voordat je het kocht, hoeveel materialen ervoor zijn gebruikt en hoeveel afvalstoffen het heeft opgeleverd. De natuur betaalt de prijs van ons koopgedrag.”

Samen op weg

Hendrine organiseert Learn & Shop events, vergelijkbaar met de Tupperware party’s van vroeger, maar met inhoud: iemand organiseert een koffie-avondje, nodigt een stuk of tien vriendinnen uit en Hendrine komt langs om te vertellen over Be Kind en over de impact van kleding in het algemeen. “Tijdens zo’n event deel ik op kleine schaal en op persoonlijk niveau het verhaal achter mijn kledinglabel. Soms zie ik de monden openvallen als ik vertel wat er schuilgaat achter modehypes en goedkope kleding. Laatst hoorde ik iemand zeggen: ‘Ik swipe gewoon elke week mijn mandje vol bij de H&M’. Ik schrik daarvan, maar het levert wel een mooi gesprek op. Het gaat mij er niet eens om dat ik veel kleding verkoop op zo’n avond. Als ik vrouwen kan enthousiasmeren, als ze gaan nadenken over kleding en worden uitgedaagd om duurzamer te kopen, krijg ik daar energie van. Bovendien zetten we op die manier samen een klein stapje naar een mooiere wereld.”

“Be Kind is voor mij ook een mooie reis op geloofsgebied. Ik moet elke keer weer terug naar mijn missie en focus en het is een goede les in geduld hebben. Telkens stel ik mezelf de vraag: waarom was ik hier ook alweer aan begonnen? En hoeveel vertrouwen heb ik er in dat het zinvol is wat ik doe? Daarnaast ben ik natuurlijk ook gewoon ondernemer en moet ik verstandige keuzes maken. Maar ik merk dat het elke keer weer goed komt.”

Heb jij interesse in een Learn & Shop event met jouw vriendinnen? Neem contact op met Hendrine: hello@bekind-store.nl

Header: Ditta van Gent


Eline Baan, 40 jaar, woont midden in de Randstad en houdt van cappuccino met taart, van een wandeling in de polder, van plantjes stekken en van de kleur geel, maar het allermeest houdt ze van haar man en twee kinderen. In het weekend probeert ze graag bijzondere biertjes uit, liefst in goed gezelschap. Ze werkt op een middelbare school en schrijft voor verschillende christelijke media. God is de centrale figuur in haar leven.

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees hier ook:

Wanneer er voor vrouwen geen plaats is in de kerk

Ik zie ons nog zitten. Drie twintigjarige theologiestudentes, allemaal lid van de Gereformeerde Theologische Studentenverenining Voetius, tegenover drie grijze mannen in donkere pakken. We hebben de stoute schoenen aangetrokken en een afspraak gemaakt met een afvaardiging van het bestuur van de Gereformeerde Bond. We voelen ons thuis in deze hoek van de kerk. En willen het gesprek aangaan over het gebrek aan loopbaanperspectief voor jonge vrouwen zoals wij, die zich geroepen voelen tot het ambt van predikant. Waarvoor op dat moment de mogelijkheden binnen deze gezindte uiterst beperkt zijn. Dus vandaar onze vraag: wat gaan jullie daaraan doen?

Aan mijn dertigjarige ik

Hoe zullen wij terugkijken op onze levens, over twintig, dertig jaar? Wat zouden we anders hebben gedaan, waar zouden we spijt van hebben? In deze rubriek schrijven vrouwen ‘verder in leeftijd’ een brief aan hun dertigjarige ik. Opdat we leren van hun volle levens. In deze aflevering schrijft Rietje (64) een brief aan haar dertigjare ik. Over hoe ze meer van zichzelf mag laten zien, en niet alles perfect hoeft te doen.