De verhalen van de Holocaust

Een paar dagen geleden was het Holocaust Memorial Day. Christine stond stil en herdacht.

Al een paar dagen houd ik me meer dan anders bezig met dit stuk geschiedenis, deze gitzwarte bladzijde. Toevalligerwijs, omdat ik in isolatie zit (positief) en tijd over heb, maar eigenlijk heeft het thema altijd al wel beziggehouden. Hoe konden ‘beschaafde’ mensen elkaar deze gruwelijkheden aan doen? Ik kan het niet bevatten. Waren de de daders gewoon ook mensen? Zoals jij en ik? Het zou zoveel makkelijker zijn wanneer het over een andere categorie zou gaan.

Vele malen zal ik wenen

Maar het antwoord van Primo Levi in zijn boek over hetzelfde thema, is een volmondig ‘ja’. Zij waren mensen bij uitstek. Het antwoord laat me niet los. En terwijl die woorden van Leo Vroman door mijn hoofd heen spelen (‘vele malen zal ik wenen’) denk ik aan de ouderen die ik in de afgelopen tijd heb mogen ontmoeten in mijn werk als geestelijk verzorger. Mensen met verhalen. Verhalen over onderduikers en verhalen over verzet. Verhalen vol van trots. Maar ook verhalen over ouders die juist bij de NSB zaten. Verhalen die pas later in het contact schoorvoetend verteld werden. Verhalen vol schaamte en twijfel, waarin vaak angst doorklonk: Wat zegt dit over mij? Het is een voorrecht om deze verhalen uit de eerste hand te mogen horen, nu het nog kan. Ik zou het zeker aanraden. Het doet me begrijpen dat er veel meer is dan zwart en wit, goed en kwaad. En tegelijkertijd besef ik op een dag als vandaag des te meer ook welke verhalen ik níet hoor.

Gapende leegte

Wanneer ik door de Folkingestraat loop in Groningen, de oude Joodse buurt, voel ik deze gapende leegte. Verhalen die afgebroken werden, die ergens halverwege tot stilstand gekomen zijn. Ik ga terug naar die tijd dat ik werkte in een verpleeghuis in Jeruzalem en ik denk aan de nummers op de armen van de mensen. Nummers die verhalen droegen die het daglicht niet kunnen verdragen. ‘Is er ook een woord voor niet-vertelde verhalen?’, vraag ik me af.

Header: Ditta van Gent


Christine van der Veer (29) uit Groningen is geestelijk verzorger in de ouderenzorg. Ze is altijd op zoek naar oude en nieuwe verhalen.

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees hier ook:

Wanneer er voor vrouwen geen plaats is in de kerk

Ik zie ons nog zitten. Drie twintigjarige theologiestudentes, allemaal lid van de Gereformeerde Theologische Studentenverenining Voetius, tegenover drie grijze mannen in donkere pakken. We hebben de stoute schoenen aangetrokken en een afspraak gemaakt met een afvaardiging van het bestuur van de Gereformeerde Bond. We voelen ons thuis in deze hoek van de kerk. En willen het gesprek aangaan over het gebrek aan loopbaanperspectief voor jonge vrouwen zoals wij, die zich geroepen voelen tot het ambt van predikant. Waarvoor op dat moment de mogelijkheden binnen deze gezindte uiterst beperkt zijn. Dus vandaar onze vraag: wat gaan jullie daaraan doen?

Aan mijn dertigjarige ik

Hoe zullen wij terugkijken op onze levens, over twintig, dertig jaar? Wat zouden we anders hebben gedaan, waar zouden we spijt van hebben? In deze rubriek schrijven vrouwen ‘verder in leeftijd’ een brief aan hun dertigjarige ik. Opdat we leren van hun volle levens. In deze aflevering schrijft Rietje (64) een brief aan haar dertigjare ik. Over hoe ze meer van zichzelf mag laten zien, en niet alles perfect hoeft te doen.