Marianne werkt op Lesbos (3): ‘I would love to have some chocolate’

Marianne woont en werkt samen met haar man in een vluchtelingenkamp op Lesbos. Op Meet you in the field deelt ze de schrijnende, hartverscheurende verhalen die ze daar van dichtbij meemaakt.

Afgelopen nacht, toen wij elkaar om twaalf uur een gelukkig nieuwjaar toewensten, wisten zo’n 85 mensen het eiland te bereiken. Wij keken naar het vuurwerk, zij vreesden voor hun leven op de donkere zee.

De reden waarom ik hier ben

Het is de eerste dag van het nieuwe jaar, 2023. Ik zit op de fiets richting het kamp en hoop stilletjes dat vandaag een rustige dag zal worden. Alles even op een rijtje zetten, wat mailtjes sturen en informatie inwinnen over wat er afgelopen weekend allemaal is gebeurd. De tas met zelfgebakken bananencake bungelt aan mijn stuur. Vandaag leek me een goede dag om mijn team te bedanken voor alle inzet van het afgelopen jaar. De beveiliging aan het hek wenst me vriendelijk een gelukkig nieuwjaar en mijn werkdag begint.

Nog geen vijf minuten later word ik opgeroepen, omdat er beneden iemand op me staat te wachten. Een vrouw wil mij spreken. Nieuwsgierig naar wie het is loop ik de trap af. En daar staat ze: de mooie jonge vrouw die ik vorige week heb leren kennen. Ik vroeg haar toen naar de blauwe plekken op haar gezicht en vertelde haar dat ze me altijd mocht opzoeken. En dat heeft ze nu gedaan. Ze lacht verlegen wanneer ik zeg dat ze er goed uitziet, maar wanneer ik naar een plekje in de zon wijs waar we even rustig kunnen kletsen, begint ze te huilen. Dikke tranen biggelen over haar wangen. Ik weet niet precies wat er zojuist gebeurd is, maar ik haal een tissue voor haar en kijk haar aan. Als ze mijn handen pakt, zegt ze al snikkend: ‘Niemand is ooit zo aardig tegen me geweest.’

Als ze een half uurtje later wegloopt, sta ik even stil en denk na. Ik realiseer me dat juist deze momenten de reden zijn waarom ik hier ben.

Drie weken niet vastgehouden


‘Marianne, iemand wil je spreken,’ klinkt het over de walkietalkie. Een man en een vrouw staan even verderop op mij te wachten. Ze hebben advies nodig. Ik herken ze en weet wat hun verhaal is. Zij is met een keizersnede bevallen van een kleine jongen die niet gezond bleek te zijn. Hij moest naar het ziekenhuis in Athene vervoerd, de rest van het gezin bleef achter op Lesbos. Het is nu al drie weken geleden en ze hebben de baby nog nooit vastgehouden.

Ik probeer mee te denken en bel wat organisaties. Ik frustreer me over de manier waarop dit stel behandeld wordt als ze zelf om hulp vragen, maar doe mijn uiterste best om dit niet te laten merken. Samen besluiten ze te wachten tot er meer informatie uit de onderzoeken is gekomen. De vrouw, die tot nu toe nog niet zoveel heeft gezegd, kijkt me aan als ik haar vraag hoe het eigenlijk met haar gaat. Ze zegt niets, maar haar ogen worden vochtig. Zwijgend staan ze op en hij slaat een arm om haar heen. Zo lopen ze weg en laten mij en de vertaler in gedachten achter. Ik bedenk dat het goed is om even van de zon te genieten die nog altijd volop schijnt, als een collega mij vraagt om even aan te sluiten bij een gesprek. Een vrouw zit, nadat ze haar verhaal heeft gedeeld, duidelijk aangedaan in onze trailer. Een verhaal over hoe ze op de vlucht naar Lesbos door de politie aangehouden zijn en gedwongen werden om zich uit te kleden, om vervolgens allemaal aangerand te worden. Ik voel me boos, boos over het onrecht waar zoveel mensen hier mee te maken krijgen. Boos voor deze vrouw die om hulp vraagt.

‘I would love to have some chocolate’

Ik had nog één laatste ding op mijn lijstje staan voor vandaag: een bezoek aan drie minderjarige kinderen die alleen op het eiland zijn aangekomen. Waar zijn hun ouders? Hoe gaat het met ze? Hebben ze nog iets nodig? Ik word hartelijk verwelkomd, geef hen een kleurboek en krijg een plekje op een bed aangeboden. Ik kijk om me heen. In de luidruchtige rubhall staan twee bedden met vieze matrassen. Er liggen wat handdoeken en karton op de grond. Verder is de ‘kamer’ leeg.

Drie paar bange, maar tegelijkertijd nieuwsgierige ogen kijken me aan. ‘Mama weet nog niet dat we veilig zijn,’ vertelt het oudste meisje. Maar ze hebben haar telefoonnummer niet en weten niets uit hun hoofd. Na wat doorgevraagd te hebben, besluit ik dat het beter is als ze door een organisatie geholpen worden met het vinden van hun moeder.

Ik vraag of ze nog iets anders nodig hebben. Ze schudden hun hoofd. Ze hebben niet zo goed geslapen omdat de deur niet op slot kan. Ik kijk hen aan en zeg dat ik iets zal proberen te regelen. Nog geen tien minuten later hebben ze een klein schuifslotje op de deur en liggen de twee jongste kinderen op het bed te kleuren. Ik vertel hen dat ik snel weer terugkom en voordat ik de deur uit ga, vraag ik of ze nog iets lekkers zouden willen eten. Het oudste meisje schudt verwoed haar hoofd, maar vanuit het bed hoor ik een zacht stemmetje zeggen: ‘Yes, I would love to have some chocolate.’ Ik glimlach en bedenk me voor de honderdste keer: het zijn écht mensen zoals jij en ik.

En verder?

Verder wens ik jullie allemaal een heel mooi, liefdevol nieuw jaar toe.

Marianne

Meer lezen over het boek waar Annerieke van Vianen en ik mee bezig zijn? Volg ons op instagram: @totaandeoverkant

Marianne van Elst-Sijtsma

Marianne van Elst-Sijtsma

Samen met Annerieke schrijf en fotografeer ik om mensen een beeld te geven van het leven in een kamp op Lesbos. Meer lezen? Volg ons op Instagram: @totaandeoverkant.

1 gedachte over “Marianne werkt op Lesbos (3): ‘I would love to have some chocolate’”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees hier ook:

Blijf op de hoogte

  •  *
  •  *
    naam@bedrijf.nl