Els (49) schreef een brief aan haar 30-jarige ik: ‘Je hoeft geen afscheid te nemen van alles wat je geleerd hebt’

Hoe zullen wij terugkijken op onze levens, over twintig, dertig jaar? Wat zouden we anders hebben gedaan, waar zouden we spijt van hebben? In deze rubriek schrijven vrouwen ‘verder in leeftijd’ een brief aan hun dertigjarige ik. Opdat we leren van hun volle levens. Vandaag: Els (49). ‘Leven is al doende je weg zoeken, al struikelend, vol vergissingen.’

Lieve dertigjarige ik. (Ik hoor je meteen in discussie gaan: ‘lief is niet bepaald mijn kernkwaliteit’ en daar zit ik negentien jaar later hardop om te grinniken. Nee, klopt. En toch.)

Je ontroert me. Wat werk je hard! Ik zit op deze afstand door de tijd naar je te kijken en ben onder de indruk. Vrolijk en schijnbaar onvermoeibaar regel je de boel, met een peuter op je arm, een prille zwangerschap en een baan van vier dagen. Omdat die baan je begint tegen te staan, doe je er een opleiding journalistiek naast en schrijf je als vrijwilliger voor de Straatkrant, voor een hulporganisatie (NB: nog even geduld, je krijgt daar een baan aangeboden!) en als freelancer voor een krant.

Hel en verdoemenis

Even krijg ik de neiging om je advies te geven, maar dat is wel het laatste wat je wilt – je hecht nogal aan je autonomie, weet ik toevallig. Ik wil je wel iets anders geven: bemoediging en geruststelling.

Ook in je hoofd werk je hard. Al vanaf je tienertijd heb je je vragen en twijfels over het geloof bewust opzijgeschoven. Geloven is nou eenmaal niet iets wat je rationeel kunt verklaren, zei je. Maar daarmee heb je jezelf verloochend, want niet nadenken past niet bij je. En eigenlijk weet je best dat je terugschrikt uit doodsangst. Je bent zó bang per ongeluk je geloof te verliezen, terwijl er hel en verdoemenis dreigt als het toch waar blijkt te zijn – het jaagt je diepe angst aan.

Maar nu je moeder bent geworden, kun je niet langer om je vragen heen. Daarbij neem je twee belangrijke beslissingen: je vertelt je kinderen niks wat je zelf niet gelooft en je wilt ze geen geloof meegeven dat gebaseerd is op angst. En zo begint een spannende, langdurige en eenzame zoektocht. Het geloof dat je van huis uit hebt meegekregen, is – gelukkig – oprecht, liefdevol en onbaatzuchtig. Dat wil je vooral wél doorgeven. Maar zoals je al had aangevoeld betekent het peuteren aan die ene vraag meteen een boel vraagtekens bij andere stelligheden.

Doe het op jouw manier

Wat vind je dit eng! De bemoediging die ik je wil geven, is dat je dit op jouw manier mag doen. Je hoeft niet met grootse gebaren en grote woorden afscheid te nemen van het geloof van je jeugd. Je hoeft ook geen afscheid te nemen van alles wat je geleerd hebt. Je hoeft de waarheden ook niet per se te vervangen door andere.

Ga dit onderzoek aan op de manier die jij nodig hebt. Ik kijk met mildheid naar je en wil je uitnodigen om ook zo naar jezelf te kijken. Je geeft zoveel aan je gezin en aan je werk. Ondertussen onderzoek je de groeiende onrust over je geloof en je huwelijk, parkeer je dit veiligheidshalve totdat het toch weer de kop opsteekt, terwijl je samen met je man een vrolijk en liefdevol gezin vormgeeft. Dat is complex en je doet het naar je beste kunnen.

Foto: Petra van Vliet

Had ik maar…

Het zou te gemakkelijk zijn om hier vanuit mijn 49-jarige positie te zeggen: ‘had ik maar’. Dat is immers niet reëel. Je kunt het leven niet eerst oefenen en daarna ‘voor het echt’ doen. Leven is al doende je weg zoeken, al struikelend, vol vergissingen. Dat gaat niet foutloos, daar komt die mildheid goed van pas.

Vanuit mijn 49-jarige positie kan ik je ook geruststellen. Juist door het zeker weten in het geloof los te laten, vind je de rust die je zocht. Pas als je jezelf niet meer verloochent, kun je volop tot bloei komen.

Gelukkiger dan ooit

Nu ik langer naar je kijk, ben ik ineens verdrietig. Je krijgt nog een boel verdriet te verstouwen. Maar net zo min als ik je advies hoef te geven, hoef ik je te beschermen. Je gaat het leven aan, met al z’n liefdevolle, mooie, maar ook pijnlijke en moeilijke kanten. En over negentien jaar val je samen met mij, zoals ik nu op de bank zit, met de kat op schoot. Gelukkiger dan ooit.  

Ik dans nog steeds in de huiskamer, lach nog steeds (te) hard, ik ben nog steeds een ambitieuze harde werker en geniet daarvan. Er zijn vrienden gebleven en nieuwe bijgekomen. Mijn huwelijk is na goede en intensieve jaren toch gebroken. Die peuter op je arm doet nu saxofoon op het conservatorium en de baby in je buik studeert politieke filosofie. Het zijn allebei prachtige, authentieke jongvolwassenen met een haarscherp gevoel voor goed en kwaad. Allebei een kop groter dan ik, dus geen mollige baby-armpjes meer – geniet er nog maar even van. Maar een mannelijke hug van grote zoons is óók intens genieten.

Gelukkiger dan ooit, zei ik. Alle jaren tot nu toe maken daar deel van uit – zo kon ik leren en groeien. Daarom wil ik je bedanken: voor je kracht, je vrolijkheid, je fouten, alle lach- en huilbuien, voor je levensmoed tegen de klippen op. Dankjewel.

Els

Els

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees hier ook:

Blijf op de hoogte

  •  *
  •  *
    naam@bedrijf.nl